Terug naar de Wintertafelnaar Wintertafel



~Een engel van wol ~ De kersttijd
Kerstmis
De kerst vieren we in de winter.

In een stalletje, lang lang geleden, werd het kerstkindje geboren.
De lucht was koud, maar helder.
Zo konden de herders en later de drie Koningen
de ster zien die hen de weg wees naar het pasgeboren kind.


Op 6 januari vieren we Driekoningen.

Balthasar is de oudste.
Hij draagt een blauwe mantel
en schenkt het kindje wierook.


Melchior is de middelste.
Hij draagt een rode mantel
en geeft het kind rood goud.

Dan komt Kaspar.
Deze donkere man draagt een
groene mantel
en biedt het kindje mirre aan.

Naar boven








Een engel van wol.  

Nodig: kamband, dun gouddraad.

Neem een vingerdik stuk kamband en maak in het midden een knoop.
Vouw het geheel dubbel en bind het zo ontstane hoofdje af met gouddraad.
Het lijfje delen we doormidden, voor en achterkant.
Neem een nieuw stukje kamband, vouw dit in drieën en leg dit tussen het lijfje.
De handjes afbinden met gouddraad.
Voor de vleugels neem je een enkel stuk kamband wat je
aan de achterkant op de armen legt.
Onder de armen en de vleugels met gouddraad afbinden, dit is de taille.
De vleugels vorm je door het uiteinde van een vleugel
vast te pakken met je linkerhand en iets boven het midden
met de andere hand. Trek voorzichtig met de rechterhand
de kamband iets naar boven terwijl de andere hand het band
ietsje naar beneden trekt

Naar boven












De kersttijd.


De Adventstijd is een tijd van verstilling, van verwachting op wat komen gaat. Op de eerste adventsdag gaat het eerste deurtje van de adventskalender open en steken we de eerste van de vier kaarsen op de adventskrans aan, zodat we samen naar de komst van het Licht toe kunnen groeien.
Op de seizoenentafel wordt symbolisch de schepping weergegeven:
op de lege tafel, ontdaan van de overvloed van de herfst, verschijnen achtereenvolgens de mineralenwereld, de planten- en dierenwereld en dan de mensen, met als hoogtepunt het Kerstkindje dat door de engelen gebracht wordt.

Met Kerstmis vieren we de overwinning van het Licht op het duister, het is een feest van vrede en liefde. Het Kerstkind brengt de liefdesstroom in de wereld weer op gang, deze Liefde is de essentie van het Kerstfeest. Het zou het meest innerlijke moment van het jaar kunnen zijn.

Kerstmis wordt vanaf de vierde eeuw op deze datum gevierd. Als versieringen worden o.a. gebruikt: de kaars ~als symbool voor het Licht~, de 5-puntige ster ~ als symbool voor de aardse mens in ontwikkeling ( hoofd, 2 armen, 2 benen)~, de rode roos als bloem van de liefde en de altijd groene boom als symbool van de onsterfelijke levenskrachten.

Het driekoningenfeest valt op 6 januari. De drie Wijzen uit het Oosten komen het pasgeboren Kind geschenken brengen.
Caspar, de jonge koning met de groene mantel komt uit Ethiopië. Hij schenkt mirrhe.
Melchior, met de rode mantel, vertegenwoordigt de Perzische cultuur en hij brengt goud mee.
Balthasar, de oude koning uit Oud-Indië draagt een blauwe mantel. Hij schenkt het kind wierook.

De kersttijd duurt tot en met 2 februari, de feestdag waarop Maria Lichtmis gevierd wordt. De zon wint al duidelijk aan kracht en de meest moedige planten breken door de aardkorst heen. Ook is februari van oudsher een reinigingstijd na de bedompte wintermaanden.
Deze twee aspecten, ~het sterker worden van het licht en de behoefte aan reiniging en de 'grote schoonmaak', zowel innerlijk als uiterlijk~, werden samengebracht tot het feest 'Maria Lichtmis'.
Met 'Maria Lichtmis' worden alle kaarsen voor het komende jaar gewijd en volgt er een processie en een heilige mis waarbij iedereen een brandende kaars in de hand houdt: een lichte mis.

De dag na 'Maria Lichtmis' worden alle kerstspullen verwijderd en gaan we ons voorbereiden op de feesten rond Pasen. ~Carnaval, Lentefeest, Palmpasen, Pasen, Hemelvaast en Pinksteren~, waarna de jaarfeestencyclus weer opnieuw begint met het Sint Jans-feest.

Naar boven



Maria-Lichtmis


Het feest van Maria-Lichtmis wordt op 2 februari gevierd. Het is het feest van het steeds sterker wordende daglicht. Een oud volksgezegde luidt:
"Het wordt lichter; na Kerstmis wordt het daglicht een hanesprong lichter, na Nieuwjaar een hertesprong en met Maria-Lichtmis een heel uur ".

Vroeger werkten de handwerklieden na de 2e februari alleen nog maar bij daglicht.
Ze hielden rekening met het gezegde;
"Maria blaast het lichtje uit en Michaël steekt het weer aan ".

Het feest van Maria-Lichtmis werd oorspronkelijk gevierd ter herinnering aan het reinigingsoffer dat Maria in de tempel opdroeg, veertig dagen na de geboorte van Jezus.
In latere tijden werd het de dag waarop men de kaarsen die een familie gedurende een
heel jaar nodig had liet wijden.