Ergens in februari zien we de eerste sneeuwklokjes hun kopjes boven de grond steken.... al snel gevolgd door de blauwe klokjes, de narcissen en de tulpen.
De lente is in aantocht!
Het vroege voorjaar is geboren.
Terwijl wij alleen zien wat er boven de grond uitsteekt wordt er diep onder de grond heel heel hard gewerkt...

Moeder Aarde wekt haar wortelkindjes zo langzamerhand. Na een lange winter van slaap en rust moet er nu weer hard gewerkt worden. Alle wortelkindjes gaan aan de slag met naald en draad. De mooiste jurkjes en pakjes maken ze. Zo komen ze weer mooi voor de dag als de Lentefee hen roept naar buiten te komen.

Het kleine sneeuwklokje kán gewoon niet wachten en glipt onder het toeziend oog van Moeder Aarde uit. Ze snelt naar de poort en springt pardoes naar buiten. Daar ziet ze Koning Winter nog volop regeren, maar ze vindt het zó mooi om buiten te zijn dat ze de kou voor lief neemt. Ze sluit vriendschap met Koning Winter en groeit en bloeit, terwijl het nog koud is en er af en toe wat sneeuw ligt.
Het maakt haar niets uit!

De anderen werken rustig door en wachten tot hun tijd is gekomen. De Lentefee zal hen binnenkort roepen. Moeder Aarde zal hen naar buiten begeleiden. Gekleed in hun mooie bloemenjurkjes komen de wortelkindjes naar de aarde. Nu kunnen wij hen ook zien! De wortelkindjes zijn nu veranderd in prachtig mooie bloemenkindjes die heerlijk in de lentezon gaan groeien en bloeien.










Het sneeuwklokje

Het was nog winter.
Op de bevroren grond lag een dun laagje sneeuw en daaronder, in de aarde, woonde een sneeuwklokje. Veilig geborgen lag het in zijn bollehuisje, maar sliep niet meer. Het had zich lang genoeg in het donker verborgen.
Nu was het nieuwsgierig geworden en wilde graag zien of er al andere plantjes en bloemetjes boven de aarde te voorschijn waren gekomen. Rond de bol begon de aarde warm te worden, zodat de sneeuw uiteindelijk boven het sneeuwklokje een klein stukje aarde vrij maakte.

Zodra het sneeuwklokje het heldere voorjaarslicht zag zond het de eerste blaadjes omhoog en strekte het zich uit naar het licht. Het opende langzaam zijn bloemkelkje en ontdekte dat het nog helemaal alleen op de koude aarde was en dat er van zijn bloemenvriendinnen nog
niets te zien was.
Bedroeft liet het zijn hoofdje hangen tot er een fris windje kwam aanwaaien: 'Weken en maanden ben ik nu al onderweg zonder ook maar één bloemetje te zien. Wees gegroet, jij kleine lentebode!', riep het vrolijk. En het speelde met het klokje zodat dit een heel teer en zacht geklingel liet horen.

Door dit geluid werden langzaamaan ook de andere voorjaarsbloemen wakker. Toen het sneeuwklokje hier en daar madeliefjes, sleutelbloemen en viooltjes hun kopje boven de aarde zag steken was het erg blij. Het bedankte de wind die geholpen had zijn bloemenvriendinnen
wakker te luiden.


Bron: leven met het jaar.