|
In
de zomer zijn we veel buiten. Overal
om je heen zie je bloemen bloeien. Struiken en bomen volop in het blad.
Ook de dieren genieten net als de mensen volop van het leven. Ze spelen,
rennen, zwemmen, zingen, dansen en genieten zoveel ze maar kunnen. De
bloemenkindjes bloeien en spelen vrolijke spelletjes met elkaar in de
warme zon. |
|
![]() Op de tafel kun je in de zomer 'vakantie schatten' leggen. Denk dan aan bijvoorbeeld schelpen, bloemen, mooie stenen. |
| Er was eens een aardig bijtje, het vloog van bloem naar bloem. Opeens zag hij een klaproos en zei: dag-dag - zoem-zoem. Dag klaproos, zei het bijtje, vertel me eens - heb jij een heel klein beetje nectar in je bloem voor mij? Natuurlijk, zei de klaproos, dat heb ik, kom maar gauw. Krijg ik dan wel wat stuifmeel in mijn bloemetje van jou? |
Want ik heb stuifmeel nodig als ik zaadjes maken moet. En 't bijtje zei: Van nectar maak ik honing - lekker zoet. Geweldig, zei de klaproos, wat fantastisch, lieve bij. Van nu af zijn we vriendjes; ik help jou en jij helpt mij. ![]() |
![]() Bron: Het jaar rond met de 4 kaboutertjes . |
![]() |
|
|
We nemen een bloeiende papaver waar
we de kelkbladeren vanaf halen. De bloemblaadjes vouwen we heel voorzichtig naar beneden zodat ze niet breken. Nu heeft de heks een hoofd en een lichaam. Om haar middel binden we een grassprietje. Ter hoogte van de schouders steken we een klein takje om de armen te vormen. Dan geven we de heks een korenaar of een grote graspluim als bezem waarmee ze kan vliegen. De vele meeldraden vormen een prachtige haardos. Aan één kant van de papaverbol moeten we ze eraf halen om een gezicht te maken. Ten slotte kunnen we de heks aan een dun draadje buiten ophangen. Let op, onze heks heeft een kortstondig leven... Bron: leven met het jaar. |
|